Encyclopedie van Diderot en d'Alembert (1751-1771)

Encyclopédie Ou Dictionnaire Raisonné Des Sciences, Des Arts Et Des Métiers, Par Une Société De Gens Des Lettres. 1751-1771.
17 tekstdelen + 9 (van de 11) plaatdelen. Gebonden in uniforme contemporaine lederen banden, die aan boven- en onderzijde lichte slijtage vertonen.
€ 25000

De Encyclopédie was behalve een naslagwerk ook een filosofisch program. Zij zou niet alleen kennis moeten leveren, maar ook de verbanden moeten aantonen die er tussen de verschillende wetenschappen bestaan; zij moest een 'cirkel van kennis' zijn. Het eerste deel bevat een inleiding van d'Alembert, waarin de menselijke kennis systematisch wordt verdeeld in drie delen: Memoire, Raison en Imagination. Deze hoofdcategorieën zijn vervolgens weer onderverdeeld in subcategorieën. De theologie, die eeuwenlang de basis voor de kennisverwerving vormde, krijgt in deze indeling slechts een bescheiden plaatsje boven de zwarte magie. De ratio heeft in dit stelsel de leidende rol overgenomen: 'Diderot and d'Alembert had dethroned the ancient queen of the sciences. They had rearranged the cognitive universe and reoriented man within it, while elbowing God outside.' (Darnton, p. 7) De menselijke kennis en de wetenschappen vormen de kern van de Encyclopédie - adellijke genealogieën en artikelen over koningen en beroemde veldslagen zijn er nauwelijks in te vinden. Een belangrijke plaats is ook ingeruimd voor techniek en handwerk, waaraan eerdere naslagwerken nauwelijks aandacht hadden besteed. De Encyclopedisten probeerden vooroordelen en bijgeloof te bestrijden, waardoor de Encyclopédie kon uitgroeien tot een symbool van de Verlichting.

Aanvankelijk was zij slechts bedoeld als een vertaling van de Engelse Cyclopaedia van Ephraim Chambers (1728), maar het project kreeg al snel een ambitieuzer karakter. Het eerste deel verscheen in 1751; in de decennia die volgden zou de Encyclopédie uitgroeien tot een monumentaal, 28-delig werk dat een belangrijke factor in de Parijse economie zou vormen en voor velen een bron van inkomsten was.

De totstandkoming ging echter niet over rozen. Voor de eerste delen was een koninklijk privilege verkregen, dit werd echter na deel zeven ingetrokken. Ook kwam er een eind aan de redactionele samenwerking tussen Diderot en d'Alembert. Desalniettemin werd het project voortgezet; de laatste tien tekstdelen verchenen illegaal en onder vals impressum. Halverwege het project kwam Diderot bovendien tot de schokkende conclusie dat de uitgever Le Breton eigenhandig ketterse en opruiende ideeën uit artikelen had verwijderd, waarmee Diderot zijn levenswerk verminkt zag. Nadat in de twintigste eeuw een exemplaar van de Encyclopédie uit het bezit van Le Breton opdook, waarin de oorspronkelijke artikelen waren meegebonden, kon de tekst hersteld worden.

Naast vele beroemdheden (Voltaire, Rousseau, Daubenton etc.) die aan de Encyclopédie meewerkten, was de minder bekende Louis de Jaucourt (1704-1779) een drijvende kracht achter het project. Deze onvermoeibare medicus schreef in tien jaar tijd 17266 artikelen en stond Diderot bij als redacteur. Ondanks dat de Encyclopédie onder een slecht gesternte ter wereld kwam, wordt zij vandaag de dag beschouwd als "a brilliant beacon, a turning point in history: the moment when new ideas carried the day over bigotry and orthodoxy." (Blom, p. 326)